Dag 26 (Lindis Pass - Dunedin)


Lokatie

Dunedin, Nieuw Zeeland


Kia ora,

 

Heerlijk geslapen en zin in vandaag. Bij de koffie en het ontbijt hebben we het nog over het vlees. Wat smaakte dat lekker zeg. Vandaag zullen we vanaf de Lindis Valley dwars door het midden kruisen richting Moeraki en uiteindelijk Dunedin. Dunedin is tijdens onze voorbereidingen niet naar voren gekomen, maar hebben we als tip gekregen in Kaikoura. Het schijnt de Wild Life capital van Nieuw Zeeland te zijn. Nou, we zijn benieuwd.

 

Er stonden 4 motorrijders te wachten vlak bij ons waar ik nog even mee was gaan praten. Hun maatje is een stukje terug aangehouden en ze zijn bang dat hij niet meer verder mag. We hebben het over Dunedin en ze weten te vertellen dat het een aardige stad is waar veel te doen is, veel studenten zijn en waar zich Baldwin street bevind, de steilste straat van de wereld. Ik ben benieuwd. Eerst maar op naar Moeraki.

 

We vertrekken en rijden voort door de vallei. Als we tegen het einde van de vallei komen begint het landschap weer te veranderen. De glooiende toendra achtige heuvels worden wat ruiger en we passeren een paar meren. Langs de Waitaki rivier rijden we schuin naar beneden naar de oostkust. Hier kronkelt de weg af en toe land inwaarts en af en toe wat dichter bij de kust. Je ziet de zee steeds eigenlijk net niet dus je hebt niet het gevoel dat je zo dicht bij de kust bent. Vlak voor het dorpje Moeraki gaan we de state highway af en komen bij onze tussenstop aan: Moeraki Boulders. Als we vanaf de parkeerplaats het trappetje af lopen naar het strand begin ik mij af te vragen wat we gaan zien. Ik verwacht enorme bollen maar zie voorlopig niets. Als ik straks naar middelmatige kiezelstenen ga staan kijken ben ik wel enigszins teleurgesteld. Kinderkopjes kan ik in Delft ook zien! Gelukkig valt het niet tegen. Als we op het strand staan zien we links van ons een paar flinke bollen, zowel op het strand zelf als ook net in de zee. Het valt al snel op dat de stenen bollen een heel andere structuur hebben dan de rotsen langs de kust. Het lijkt oprecht wel alsof ze door buitenaards leven daar gedropt zijn. Een aantal bollen op het strand zijn uit elkaar gevallen en van binnen zien ze er net zo apart uit. Als we via een andere weg naar boven lopen komen we bij een informatie bord die wat meer uitleg geeft. De bollen zijn duizenden jaren geleden in de zandbodem van de zee ontstaan. Hoe precies is de wetenschap nog niet helemaal uit, maar het begon waarschijnlijk met een klein fragment, een schelp, stukje hout of iets dergelijks, waaromheen zich 'calcite', kalk, is gaan vormen. Langzaam ontstaat dan laag voor laag een bol. Soms klein, soms groot, vaak ovaal maar soms ook perfect rond. Door de werking van de aarde en daarmee het omhoog duwen van het oppervlak, zijn de bollen uiteindelijk uit de zandbodem naar boven gekomen. De Moeraki Boulders zijn niet persé uniek, je vind ze op andere plekken in de wereld ook, maar deze zijn wel extreem groot te noemen en van perfecte ronde vorm. Dat is nergens anders zo.

 

Nadat we wat leuke foto's hebben gemaakt lopen we terug en nemen een goede bak koffie. Dan nu op naar Dunedin. De rit er naar toe verloopt prima en we komen al even over 17 uur aan bij de camping. Onze voornaamste reden om hier heen te gaan is omdat je hier de enige plek op aarde vind waar een Albatros kolonie zich heeft gevestigd op mainland, in de bewoonde wereld. Ze nesten normaal enkel op afgelegen onbewoonde eilanden. Daarnaast zit er bij die plek een strandje waar de kleinste pinguïnsoort aan land komt, de kleine blauwe pinguïn. 

 

Eenmaal ingechekt bij de camping vragen we of zij voor ons de pinguïn tour kan boeken. Ik had op de website gezien dat deze tour alleen om 21:30 werd verzorgd. Dat blijkt te kloppen. De Little Blue Penguin gaat vlak voor zonsopgang de zee in. Daar spenderen ze de hele dag op zee naar het zoeken van voedsel. Zodra de zon onder gaat keren ze terug naar huis om voor het nest of hun jong te zorgen. Zowel het mannetje als het vrouwtje zijn overdag weg. Het ei of het jong blijft alleen achter in kleine burchten.

 

Wij rijden vroeg naar het Royal Albatros Centre, waar de tour zal beginnen, en zijn ruim op tijd om daar wat te eten. Hoewel ze zelf pretenderen een geweldig restaurant te hebben vinden wij het eten een beetje zo zo. Het is niet vies maar ook zeker niet speciaal maar goed, we komen ook niet voor het eten!

 

Om half tien begint de tour. Eerst krijgen we wat uitleg over het stuk land. Dit is altijd in beheer geweest van de Moari. Ze hadden hier goed gebruik gemaakt van de geologische voordelen. Een perfect uitkijk punt met vrij zicht aan alle kanten over zee, aan drie zijdes stijlen rotswanden en de toegangszijde die smal was dus goed te verdedigen. De grond vruchtbaar en drinkwater vlakbij. Tegen het einde van de 19e eeuw gaf Rusland dreigende signalen af aan Nieuw Zeeland door met oorlogsschepen voor de kust te gaan liggen. Het leger heeft deze plek toen ingenomen en een een fort van gemaakt met afweergeschut. Waar de Maori met veel respect voor de natuur het land onderhield deed het leger en later de gewone bevolking dat niet. Toen het besef kwam dat de bijzondere dieren gered moesten worden is het land teruggegeven aan de Maori en sindsdien hebben zij de controle over het land en zijn de populaties van dieren weer toegenomen. Waaronder ook de populatie blauwe pinguïns. Even na zonsondergang lopen we naar beneden naar het strandje. We zullen even geduld moeten hebben. Op het strandje ziet het compleet wit van de meeuwen en langs de zijkant zwemmen wat zeehonden. Na ongeveer een kwartier komt er een donker vlekje in het water naar de kust. Als het vlekje de kust heeft bereikt breekt het uiteen en flappen er een stuk of 15 kleine blauwe wezentjes het strand op. De meeuwen gaan eerbiedig uiteen en de meeuwen die het te laat door hebben worden door de keine maar brutale pinguïns bruut weggepikt. Zo waggelt de kleine colonne richting de rotsen vanwaar wij staan te kijken en klauteren omhoog. Sommige hebben haast, sommige blijven even staan. We mogen foto's maken maar zonder flis. Plotseling fel licht maak ze op den duur blind. Zacht fluisterend kijken we onze ogen uit. Na een minuut of 10 komt de volgende colonne binnen. Op precies dezelfde wijze waggelen ook zij onze kant op. Ze zijn soms wat onhandig en struikelen regelmatig of komen net niet dat ene randje op. Super grappig om te zien. Naar mate er meer aan land komen maken ze ook meer kabaal. En met recht kabaal! Vlak bij het platvorm zit een houten burcht waar een jong in zit. Af en toe kijkt het naar buiten of de ouders al in de buurt zijn. De 'kleine', welke nu al dikker is dan de volwassen pinguïns, komt zelfs een paar keer even helemaal buiten. We zien uiteindelijk de ouders niet. Één van de vrijwilligers weet mij te vertellen dat de ouders vaak helemaal geen haast maken. De kleine pinguïn kuikens schijnen echte terror kids te zijn. De vorige nacht hebben ze beide ouders wel de burcht in zien gaan. Beide kwamen korte tijd en een hoop kabaal later weer naar buiten rennen en zijn de rest van de avond ver van de burcht gebleven.

 

Om even voor 23 uur gaan we weer terug. Wat een leuke ervaring! We rijden met de camper over de slinger weg terug naar de camping. Onderweg is het goed opletten en veel egels ontwijken. Een uur later staan we weer op de camping. Nog een borrel en dan lekker naar bed. Morgen terug naar dezelfde plek maar dan voor de albatrossen.

 

E noho ra,

 

Reinier

Pictures

Reactie schrijven

Commentaren: 0