Australie Dag 10

Lokatie

Whitsunday Island, Australie


De wekker gaat al vroeg. 05:00. We hebben dan ook een lange en mooie dag voor de boeg. Het is nog net geen licht als we wakker worden maar het begint al wel te komen. Als we 10 minuten later aan het ontbijt zitten worden ook de vogels wakker. Heerlijk rustgevend, kwetterende vogeltjes. Je zou het wel denken. Hier komen dan ook de wilde Kaketoes tot leven. En die komen dan in zwermen al krijsend over de camping heen vliegen. Wat een kabaal. Na contact met het thuisfront hebben we dan ook besloten dat daar de naam vandaan komt: Kak, he toe!

 

We lopen om 06:00 naar de haven van Airlie Beach. Daar ligt de cruiseboot op ons te wachten om ons naar Whitsunday Islands te brengen. Dit is een formatie van 74 eilanden vlak voor de kust. De grootste daarvan is Whitsunday. De naam komt voor uit het feit dat Captain Cook deze eilanden ontdekte op Pinksteren. Volgens sommigen naar het pinksterfestival, wat toen een Brits festival was, volgens anderen echt naar de Christelijke feestdag.

 

Aan boord is de service super. Er is gratis koffie en thee te pakken en bijna aan het eind van de toch wordt een heel buffet klaargezet met vers fruit en muffins. Als we aankomen gaat de boot voor anker, een paar honderd meter uit de kust. Met een kleinere boot worden we naar het strand gebracht, Whitehaven. We zouden de eerste zijn voor een toch naar Hill Inlet maar op het rubberbootje blijkt een telfout te zijn. Op de vraag of er misschien 2 mensen met de volgende tour mee willen reageert niemand en spreekt iedereen ineens Spaans. Wij gaan dus maar van boord. Maakt het ons uit, kunnen we eerst nog even rustig op het strand lopen en liggen.

 

Het zand van Whitsunday Islands is heel bijzonder. Naast dat dit het meest witte zand is dat ik ooit heb gezien, het meest fijne zand (lijkt bijna wel bakmeel zo fijn), zet het ook wetenschappers voor een raadsel. Waar komt het zand vandaan? Dat er zand is lijkt niet zo raar, maar het zand is uniek, alleen hier te vinden, en bevat een percentage quarts wat in deze hele regio nergens voorkomt. We zullen het fijne er waarschijnlijk nooit van weten.

 

Wij mogen opnieuw aan boord van het rubber bootje en varen om het eiland heen. We komen aan bij Hill Inlet, een schitterend strand met tropische bossen om ons heen. Het ziet er uit alsof je op de Cariben bent. De zee komt een stuk het strand in en in dat ondiepe, heldere water vallen een soort geruite schimmen op. Het zijn Stingrays. Het water voelt heerlijk warm en met respectabele afstand houdend zoek ik de stingrays wat op. Als je stil blijft staan komen ze nog redelijk dichtbij lang zweven. En stap in hun richting en ze schieten weg.

 

Na even van dat strand te hebben mogen genieten lopen we een mooie route door de bossen daar net achter. We lopen over de heuvel heen en komen daar bij de uitkijkpunten van de baai (inlet). Het uitzicht welke je daar hebt, is een van de meest gefotografeerde uitzichten van Australië. En het is ook wel duidelijk waarom. Wat een schouwspel aan heldere verschillende kleuren blauw afgezet tegen de witte stranden en groene begroeiing op de rotsen. Echt een van de mooiste plaatjes die we ooit gezien hebben.

 

Na de nodige foto’s lopen we verder naar beneden. Aan de andere kant bestaat het strand ineens weer uit alleen maar rotsen en keien. Wat een contrast. We worden met het rubberen bootje weer opgehaald en varen terug naar Whitehaven. Daar wacht ons een heerlijke lunch van burgers. Ik neem er zelfs twee. Daarna duiken we allebei de zee in (uiteraard even gewacht tot het eten gezakt was). We spreken een Nederlands echtpaar dat nu ook op doorreis is. Hij was hier voor zijn werk als hondenkeurmeester en heeft er maar gelijk een vakantie van gemaakt.

 

Na het zwemmen gaan we nog even het strand op. We hebben hier ook een soort tentje waar we half in liggen, de zon brand aardig. Ik merk dat mijn voeten en enkels erg hard gaan, de rest valt nog mee. Na een relaxte namiddag worden we weer naar het schip gebracht met het kleine bootje. Aan boord moeten we wachten tot de crew ook alle spullen van het strand verzameld hebben en aan boord hebben gebracht. We hebben een lekker plekje en ik sukkel wat weg. Na even gedommeld te hebben wordt ik weer wat wakker. We zijn nog niet weg. Uiteindelijk heeft dat ruim een uur geduurd. Kleine (echt een hele hele kleine) smet op de tour, maar echt na zo’n dag zal het mij allemaal wat.

 

Om 18:30 komen we weer aan bij Port of Airlie. We frissen ons op de camping nog wat op en lopen het stadje in om te eten. Na een heerlijke maaltijd, dinoribs die zo van het bot af vallen, gaan we terug. Morgen op pad, bestemming weten we nog niet helemaal. We gaan het zien.

 

 

G’Day mates! 

Reactie schrijven

Commentaren: 0